Achter het standbeen kappen

14 april 2014 10:20
Achter het standbeen kappen

Het kappen van de bal doe je wanneer er een tegenstander de bal af probeert te pakken. Doordat je de bal goed kapt, zorg je ervoor dat de bal in balbezit blijft, waardoor je verder kunt gaan met aanvallen.

Instructie:

1.   Voer de oefenvorm in tweetallen uit. Speler A heeft de bal aan de voet, speler B geeft weerstand,
      afhankelijk van het niveau. Speler A staat bij pion 1 en dribbelt met de bal aan de voet naar pion 2, die 10
      meter van elkaar vandaan staan.
2.   Speler A dribbelt richting pion 2.
3.   Speler B geeft weerstand afhankelijk van het niveau.
4.   Speler A kapt de bal achter het standbeen naar links of naar rechts en dribbelt met de bal aan de voet
      verder, zonder dat speler B hem af kan pakken.
5.   Zorg er ook tijdens deze oefening voor dat je kort en snel handelt. Tijdens het kappen achter het standbeen, maak je een sprongentje. Stap met je standbeen over de bal en speel de bal met de binnenkant van de voet achter je standbeen langs.

Hoe pas ik dit toe in de wedstrijd?

Je kapt de bal als je een tegenstander wilt afschudden en op die manier in balbezit kan blijven. Ook gebruik je de kapbeweging als je ergens ruimte ziet en graag met de bal die ruimte in wilt.

Methodiek:

  • Geen weerstand; Speler B is overbodig, voer de oefenvorm alleen uit.
  • Passieve weerstand; Speler B loopt mee met speler A en biedt dus weerstand, maar probeert de bal niet af te pakken.
  • Actieve weerstand; Speler B loopt actief mee met speler A. Wanneer speler A besluit te kappen, probeert speler B de bal af te pakken.