Kampioenen van 2008-2009: Romero

Gepubliceerd op 16 mei 2018 , 16:02

ALKMAAR- In de reeks 'Kampioenen van 2008-2009' blikt AZ Media met betrokkenen terug op het kampioenschap van AZ dat in die jaargang werd behaald. Aan het woord in het tweede deel van de serie: Sergio Romero (31).

Kampioenen van 2008-2009: Romero

Van Argentinië naar Nederland. Dat was vast een flinke cultuurschok in 2007?
''Haha, zeg dat wel. Ik kwam er al snel achter dat je als doelman in Nederland moet denken en spelen als een elfde veldspeler. Er wordt standaard van je verwacht dat je kan meevoetballen. Gelukkig had ik meteen een goede klik met keeperstrainer Jan Nederburgh, dus daar gingen we meteen mee aan de slag. Oh, en ik moest flink wennen aan het eten. Pasta eten op de dag van de wedstrijd was echt iets compleets nieuws voor me. En dan was er nog de taalbarrière natuurlijk. Gelukkig kreeg ik meteen een keylist met Nederlandse woorden.''

Kun je nog wat woorden noemen?
''Haha, daar gaan we hé: rechts, links, graag gedaan, alsjeblieft, ik kan praten Nederlands.''

Dan over het seizoen 2008-2009. Je stond dat seizoen flink in de spotlights, weet je nog waarom?
''Jazeker, ik brak bijna het Eredivisie-record met de meeste wedstrijden ‘de nul’. Dat was een fantastische ervaring. Ik zat geweldig in mijn vel, iedereen bij AZ had ervoor gezorgd dat ik me op mijn gemak voelde. Dat goede gevoel nam ik mee in de wedstrijden. En zo reeg ik de clean sheets aaneen. Toen ik in de buurt van het record kwam begon het ontzettend te leven. De positieve feedback was enorm, ook vanuit de Nederlandse sportpers.''

Je brak bijna het felbegeerde record van Heinz Stuy.
“In de wedstrijd tegen Willem II had ik de kans om het record van Stuy te verbeteren. Zover kwam het helaas niet. Ik werd in de eerst helft gepasseerd en strandde dus op 955 minuten zonder tegendoelpunt. Met name de manier waarop die goal viel vond ik frustrerend. Maar achteraf overheerste toch wel het trotse gevoel.''

Romero (rechts) viert feest met Martens, De Zeeuw en Pocognoli
Romero (rechts) viert feest met Martens, De Zeeuw en Pocognoli

Hoe was je wisselwerking met de verdedigers?
“Uitstekend, er was gewoon een heel goede onderlinge verstandhouding. Bij een voorzet bijvoorbeeld was de aanpak kraakhelder. De verdedigers concentreerden zich op het bewaken van hun man, en ik plukte de hoge bal uit de lucht.
Ik weet nog goed dat Toon Gebrands een grote foto in de bestuurskamer had hangen waar ik hoog boven de aanvallers en verdedigers uittorende om een bal uit de lucht te plukken. Het leek eerder een foto uit een basketbalwedstrijd. Maar het was wel typerend, ja. Zo’n hoge bal was altijd voor mij. Ik kon de verdedigers voor me gewoon blindelings vertrouwen. Dat gaf me ook de vrijheid om mijn beste spel te spelen.”

Met welke teamgenoten kon je het goed vinden?
“We waren erg hecht als groep en ondernamen van alles samen. Ik trok van nature wat meer op met de Spaanstalige spelers. Ik had een speciale klik met Graziano Pellè, die spreek ik nog tot op de dag van vandaag. Maar ook met de Nederlandstalige spelers kon ik het uitstekend vinden. Gijs Luirink bijvoorbeeld. We begrepen elkaars taal niet, maar we hadden op een bepaalde manier een gemeenschappelijke humor. Ik kon altijd wel met hem lachen.”

Klopt het dat jij de DJ was in de kleedkamer?
“Haha, dat was wel mijn ding inderdaad. Ik voelde me al snel genoeg op mijn gemak om mijn teamgenoten Argentijnse liedjes voor te schotelen. Pellè zat altijd naast me en na een training of wedstrijd slingerden we steevast de nummers aan op onze iPod Nano. Louis van Gaal vond de Argentijnse muziek overigens maar niets. Dus zodra hij de kleedkamer had verlaten ging de volumeknop een flink tandje omhoog. We hadden wel één bepaald nummer dat we altijd draaiden na een overwinning, maar de titel ben ik vergeten.”

BODY_Kampioenen-10jr-later-Romero

Hoe werd je op de proef gesteld tijdens de trainingen?
“Onze selectie had genoeg scorend vermogen, dus ik kon altijd flink aan de bak. Zoals het hoort waren de aanvallers uiterst scherp met afwerken. Mounir El Hamdaoui was ontzettend onvoorspelbaar. Op het moment dat ik een pegel verwachte kwam hij juist met een subtiel stiftje. Maartens Martens had een geweldige trap en was moelijk te lezen. En mijn onderlinge rivaliteit met Pellè was erg groot, we probeerden elkaar continu af te troeven. Dat merkte je trouwens ook wel in het algemeen. Iedereen wilde maar beter en beter worden, dat was in mijn opinie één van de belangrijkste redenen voor ons sterke seizoen.”

Is er nog een bepaalde wedstrijd die je goed is bijgebleven?
“Dan zeg ik: de wedstrijd Ajax - AZ. Ik zat weer bij de selectie na het incident waarbij ik mijn hand brak. In de Amsterdam ArenA stonden we op voorsprong dankzij een treffer van Jeremain Lens. Ajax kreeg een penalty, maar Joey Didulica keerde de inzet van Luis Suárez. In de nastoot botsten Didulica en Suárez op elkaar. Didulica werd afgevoerd naar het ziekenhuis en ik moest eerder dan gepland weer terugkeren onder de lat. Eigenlijk was het onverantwoord. Mijn hand was namelijk nog niet volledig genezen. Toch pakte ik een aantal belangrijke ballen en trokken we een punt over de streep.”

Denk je nog vaak terug aan het seizoen 2008-2009?
“Ja, regelmatig. Ik denk bijvoorbeeld nog graag terug aan de avonden met het team. Op een avond speelden we een spel waarbij we met gigantische pennen in een groot schrift een tekening moesten namaken. Je streed tegen een ander team voor de winst. Er is een foto gemaakt waar je mij ziet worstelen met zo’n reusachtige pen. Die illustratie hangt hier in Manchester nog bij mij aan de muur. Het was een heerlijke tijd.''

Tekst: Lars Mulder / AZ Media
Foto's en video: Ed van de Pol & AZ Media


Kampioenen
In de serie 'Kampioenen van 2008-2009' komen verschillende oud-AZ'ers aan het woord.
Deel I - Stijn Schaars

« Naar het overzicht