Slot: 'Dat deed wat met me'

Gepubliceerd op 17 maart 20, 09:10

ALKMAAR- Hij staat sinds dit seizoen aan roer bij AZ. En met succes. Een portret van Arne Slot aan de hand van een beroemd levenslied van Ramses Shaffy: Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder.

ZING
“Een vriend van mij zegt: ‘Jij houdt niet van muziek, jij houdt van deuntjes.’ Hij vindt dat hij een muziekkenner is en dan mag je volgens hem niet van de Top40 en SkyRadio houden. De Top2000 mag dan weer wel. Tja, ik ben dus een deuntjes-man die van populaire muziek houdt. En bij het uitgaan van Nederlandstalige muziek. Je zult me echter niet snel mee horen zingen. Komt ook omdat ik niet kán zingen.”

Zong je ook niet op 14 oktober 1995?
“Zo, nou moet je me even helpen...”

…jouw profdebuut.
“Ha. Nee, in die tijd hoefde je bij je debuut nog niet te zingen in de kleedkamer. Komt ook omdat we verloren, uit bij FC Den Bosch. Dat jaar wonnen we met PEC overigens maar één uitduel, op bezoek bij Helmond Sport. Daarin maakte ik de winnende goal. Na dat duel zat ik zondag klaar voor de tv, want dan liet de NOS altijd heel kort wat beelden van de Eerste Divisie zien. Na die goal juichte ik best behoorlijk. Jack van Gelder zei dan ook bij de beelden: ‘Zo! Deze jongen is wel heel blij met zijn doelpunt!’”

'Het was meer genieten dan emotioneel'

VECHT
“Nee, ik was geen vechtersbaasje op het schoolplein. Ik kan me überhaupt niet herinneren dat er bij ons op het schoolplein gevochten werd. Ik was wel wat dominant in de zin van: het ging zoals ík wilde dat het ging. Wat dat betreft hoorden mijn vriendjes en ik wel bij de binkies van de klas.”

Heb je er figuurlijk hard voor moeten vechten op profvoetballer te worden?
“Ja en nee. In mijn periode als jeugdspeler moest je er echt wel meer voor doen dan tegenwoordig. Ik ging om acht uur ’s ochtends de deur uit en kwam om acht uur ’s avonds weer thuis. Daarna moest ik nog huiswerk maken en proefwerken leren. Ik werd ook niet door een busje gehaald en gebracht. Dat deed ik zelf via het openbaar vervoer of via mijn ouders en opa’s. Het was dus flink aanpoten, maar tegelijkertijd had ik het gevoel dat het een logisch proces was dat ik profvoetballer zou worden omdat ik in de jeugdteams altijd wel bij de betere spelers behoorde.”

HUIL
“Mijn afscheidswedstrijd als profvoetballer beschouw ik meer als een mooie dan als een emotionele dag. Het was 27 juli 2013 en ik had allemaal mensen uitgenodigd. Ik vond het mooi dat ze speciaal voor mij waren gekomen. Het was dus meer genieten dan emotioneel.”

“Het kwam ook niet als een plotseling einde; het beëindigen van mijn carrière was een geleidelijk proces. Ik was in 2010 teruggegaan naar FC Zwolle om nóg een keer kampioen te worden. Als je ziet waar Zwolle nu staat, is dat helemaal niet zo bijzonder. Maar in die tijd was het meer een Eerste Divisie-club. Ik was zo eergevoelig dat ik echt iets bijzonders wilde presteren in de historie van de club. In dat kampioensseizoen speelde en trainde ik elke dag met pijnstillers. Toch ben ik nog één jaar doorgegaan in de Eredivisie, maar door diezelfde blessure moest ik er voortijdig mee stoppen. Al vroeg in mijn carrière had ik het idee dat ik trainer wilde worden, dus kwam ik niet in een zwart gat terecht. Overdreven gezegd dacht ik na dat afscheid: Oh yes, nu kan ik beginnen met mijn trainerscarrière.”

'Al vroeg in mijn carrière had ik het idee dat ik trainer wilde worden'

Er kwam ook een speler over uit Amerika om bij jouw afscheid te zijn.
“Gregg Berhalter. Ja, mooie vent. Toen ik als jeugdspelers net aansloot bij het eerste elftal van FC Zwolle, nam hij me onder zijn hoede. Zo bracht hij me naar het station. Dan reed hij belachelijk hard in die oude Saab van hem. Ik zat naast ‘m en vroeg vaak angstig: ‘Beetje rustig, Gregg, beetje rustig.’ Dan zei hij: ‘No, no, I train my eyes when I drive a car.’ Hij oefende om heel snel beslissingen te kunnen nemen terwijl hij extreem hard reed. Ik was toen een jaar of zestien, zeventien. Gregg was toen bij Zwolle de grote man, net als doelman Henk Timmer. Die twee brachten me vaak naar de trein. Dat vond en vind ik wel heel mooi. Zo probeer ik mijn spelers ook mee te geven dat het mooi is om spelers te helpen, ook al je de vedette bent. Je moet als ‘grote’ speler ook oog hebben voor jonge spelers.”

“Wat overigens wel een emotioneel moment was, was toen ik tegen VVV na vier maanden revalideren weer in actie kwam. Tien minuten voor tijd stond ik klaar om in te vallen en ging het hele stadion staan en mijn naam scanderen. Dat deed wel wat met me, ja. Toen kreeg ik de bevestiging wat ik voor die club betekend heb.”

Kun je emotioneel worden van een film, of bij de eerste kindertekening op Vaderdag?
“Iedere vader kan wel emotioneel worden van bepaalde gebeurtenissen of momenten die betrekking hebben op zijn kinderen. Daar ben ik zeker geen uitzondering op. Ik heb ook vaak kippenvel gehad als ik in mijn tijd bij NAC op het veld stond en ik dat geweldige publiek hoorde. Dan dacht ik: hier wil ik nooit meer weg. Fenomenaal hoe voetbal daar beleefd wordt.”

Lees hier het complete interview met Slot.


Tekst: Eelke Schulte Nordholt / AZ Media
Foto's: Ed van de Pol / edvandepol.nl